Adult Attachment Therapy: de praktijk

ADULT ATTACHMENT THERAPY®

1.               Wat mag je verwachten bij een Adult Attachment Therapy®  behandeling?

 

Zoals in voorgaande teksten duidelijk is gemaakt, zijn er een aantal voorwaarden waaraan een therapie mag voldoen, alvorens het op het niveau van traumabehandeling voortkomend uit de zeer jonge kinderjaren, effect kan hebben. Deze voorwaarden lijken op de “eisen” die het kleine kind stelt aan zijn/haar ouders:

  • veiligheid
  • rust
  • (oprecht) contact
  • traag

 

Binnen de Adult Attachment Therapy® denken we aan deze voorwaarden te voldoen.

 

2.               Hoe ziet een Adult Attachment Therapy® sessie eruit?

 

Alvorens men in onze praktijk komt, vraag ik eerst een levensverhaal te schrijven. Dit kan geschreven worden aan de hand van een 13-tal vragen. Hieruit wordt duidelijk, hoe het leven van die persoon er heeft uitgezien, hoe volwassen die persoon kan reageren en waaraan die wil werken. Het voordeel hiervan is, dat er weinig tijd nodig is om werkelijk van start te gaan met de eigenlijke therapie.

Omdat alles veilig mag verlopen voor de cliënt, zal de cliënt te allen tijde zelf bepalen hoe dichtbij hij/zij wil starten met de therapie. Sommige mensen zitten meteen naast me, anderen doen daar drie sessies over.

Als de cliënt eenmaal naast me op een matras zit, zal ik gedurende 5 minuten diens hand aanraken en strelen. Verbazingwekkend is te zien, hoe men hierop reageert. Aanvankelijk vindt men dit vreemd, echter binnen die 5 minuten ontstaat er een gevoel van overgave en rust, een rust die ik graag wil bereiken.

Als het oké is voor de cliënt, vraag ik hem/haar om naast me te komen liggen met zijn/haar oor op mijn hart. Ik ondersteun hem/haar dan in de rug en achter in de nek (zoals je een baby vasthoudt). Gedurende 10 minuten ben ik dan bezig met de aanhechtingen van de lig. nuchae in de nek, alsmede de aanhechtingen van de spieren op de hoofdhuid. Gezien het feit, dat de n. vagus hier ook zijn sensibele takken heeft, zal dit een terugkoppeling geven naar die n. vagus. Een terugkoppeling die vrij snel “hoorbaar” is, namelijk de darmen gaan door de ontspanning werken.

Na die 10 minuten laat ik de cliënt rechtop zitten (als volwassene) en overziet hij/zij wat er gebeurd is.

Zo’n periode van 10 minuten noemen wij een fase. In totaal zijn er tussen de 4 en 6 fases per sessie.

Aan het einde van de laatste fase laat ik de cliënt naliggen onder een dekentje, waarbij de “zorgbehoefte” wordt ingevuld.

Er zijn cliënten die aangeven meer huid-huid contact te appreciëren. Hieraan wordt binnen bepaalde grenzen gehoor gegeven. Eén van de voornaamste voorwaarden is echter wel, dat de cliënt zich ontspannen bij mij moet voelen. Immers, als er stress vrijkomt om de handelingen, dan zal er nooit oxytocine worden aangemaakt, bijgevolg geen invloed op de n. vagus worden uitgeoefend en dus geen traumaheling plaatsvinden.

 

3.               Reacties van de cliënten na Adult Attachment Therapy®

 

Een haast terugkerende standaard reactie is: “Ik voel me zo rustig, ik voel dingen die ik nog nooit gevoeld heb”.

Ik denk dat dit rechtsreeks de uitwerking is van het invullen van de behoefte, welke die cliënt al vanaf de kindertijd had. Door de oxytocine productie wordt de n. vagus rechtstreeks beïnvloed (de dorsale kern is gevoelig voor oxytocine) en deze beïnvloeding zorgt voor relaxatie van het zenuwstelsel. Met andere woorden, de parasympathicus wordt geactiveerd. Ik zie dit dan ook in de reacties als een ontspanning van de darmen (geluid), een rustigere ademhaling en een lagere hartslag.

Ook zijn er mensen die in weerstand komen. Met name de mensen met een vermijdingshechtingsstijl, de Ainsworth A, willen eerst veel weten (cognitief), alvorens ze tot actie overgaan. Ik moet hier meer inspanning leveren, om vertrouwen te winnen, dan bij de opponent, de mensen met de verlatingsangst (Ainsworth C). Ook is het mij opgevallen, dat deze mensen langer therapie nodig hebben om tot een bevredigend resultaat te komen, dan mensen met Ainsworth C.

Een baby heeft dus net na de geboorte troost nodig en voeding, om dan het vertrouwen te geven, om zich dan vervolgens te hechten aan die persoon. Via deze hechting groeit het kind op om later in de maatschappij in vertrouwen op eigen benen te staan.

Hetzelfde parcours lopen mijn cliënten ook. Ze komen met klachten en niet ingevulde behoeftes die gebaseerd zijn op een niet liefdevolle jeugdervaring. Hiervoor hebben ze troost nodig, niet in de vorm van lieve woordjes, maar op neurofysiologisch terrein. Hierdoor ontstaat er een vertrouwen, welke uitmondt in een verbetering van de hechting. Men evolueert van A naar C en van C naar B.

Ik leer de mensen zelf hun eigen behoeftes in te vullen, waardoor ze op hun eigen benen leren staan. Dat is meestal het moment dat de therapie staakt.

 

 

 

4.               Is aanraking essentieel?

 

Nadat men het aanvankelijk gek vindt wat er gebeurt, wennen de meeste mensen al snel aan hetgeen niet standaard is binnen de therapeutische settingen: namelijk de aanraking.

Prof. Dr. Bessel van de Kolk (Professor in de psychiatrie en één van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van traumagerelateerde stress zegt in zijn boek traumasporen (citaat pag. 296-297) 2017: “Reguliere methoden van traumabehandeling hebben tot nu toe weinig aandacht gehad voor de veiligheid die doodsbange mensen nodig hebben om hun gewaarwording en emoties te kunnen ervaren. Op serotonine gebaseerde geneesmiddelen met een inhiberende (Remke: onderdrukkende) werking, zoals Risperdal en Seroquel, hebben de plaats ingenomen van het mensen helpen bij het omgaan met hun zintuigelijke wereld. De natuurlijkste manier voor mensen om te kalmeren is door aangeraakt, geknuffeld en gewiegd te worden. Dat helpt bij overmatig arousal (Remke: spanning, stress) en zorgt ervoor dat we ons heel, veilig, beschermd en beheerst voelen. Aanraking het elementairste hulpmiddel waarover wij beschikken om te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Toch kun je niet volledig herstellen als je je niet veilig voelt in je eigen lichaam.“

In het boek: “Gehechtheid in psychotherapie” zegt klinisch psycholoog David J. Wallin (citaat pag. 13) “Hoe extremer de dreiging, hoe krachtiger het verlangen naar verbondenheid, veelal via de concrete nabijheid van huid-op-huidcontact. Klaarblijkelijk kan lichamelijke nabijheid, onontbeerlijk voor het voortbestaan van het jonge kind, vaak als een emotionele noodzaak worden ervaren door oudere kinderen en volwassenen”