Neurofysiologie

1.   Stress en de reacties erop

In dit hoofdstuk heb ik het over stress en de bandbreedte waarin die stress zich voordoet, alsmede de reacties hierop van je lichaam. Tevens beschrijf ik hier waarom we steeds weer op dezelfde manier reageren. Wat leren we in ons leven

•                 Typologie van stress

Je kan niet zomaar zeggen: die heeft stress en daarmee geldt voor die persoon dezelfde aanpak als voor alle andere personen. Je kan mensen met stress indelen in vier grote groepen[1]

·        het turbo-type. Je zet een tandje bij als je onder stress komt te staan. Je cortisolspiegel stijgt erg hoog en je dreigt overspannen te geraken.

·        het crash-type. Je gaat maar door, als een oude diesel. Je negeert de signalen van je lichaam en dreigt uiteindelijk geheel uitgeput te crashen.

·        het hooggevoelige-type. Je bent gevoelig en zet je talenten in. Door kleine tegenslagen kan je geheel uit het lood worden gebracht en kom je in een negatieve spiraal terecht.

·        het bore-out-type. Je hebt de neiging om onder je kunnen te presteren. je verveelt je als het ware in je werkzaamheden. De reden hiervan is vaak angst voor druk van buitenaf.

•                 Window of tolerance

 

window of tolerance

Ons niveau van stress is wisselend. Het ene moment zijn we relaxed, het andere moment zijn we geagiteerd. Echter, dit alles ligt nog binnen een bepaalde bandbreedte. Deze bandbreedte noemen we de window of tolerance. Stress ontstaat wanneer onze overleving in gevaar dreigt te geraken. In  onze hersenen zit een orgaantje, de amygdala, die als het ware onze alarmknop is. Zodra er gevaar dreigt, schiet de amygdala in actie en zorgt ervoor dat er stoffen in het lichaam vrijkomen die ons gehele lichaam in een staat van opperste paraatheid brengen. We kunnen gaan vechten of vluchten. Binnen die window of tolerance kunnen we echter nog goed nadenken en werken de drie hersenlagen goed samen. Je zou kunnen zeggen: we hebben er nog de controle over.

Ervaart de amygdala het gevaar als ernstig of levensbedreigend, dan komt men buiten de window of tolerance te zitten. Het denkvermogen gaat achteruit en men handelt impulsief via het reptielen- en zoogdierenbrein. Men zit in de zone van de hyperarousal, welke gekenmerkt wordt door: agitatie, beven, een snelle hartslag, overweldigende emoties zoals woede, angst en paniek.

Blijft het gevaar bestaan en kunnen we het niet afwenden, dan kan het systeem dichtklappen en gaat men naar een staat van hypoarousal, welke gekenmerkt wordt door een onvermogen om te bewegen, men ervaart een gevoel van zwaarte, men voelt zich verdooft, er zijn emoties van wanhoop en uitzichtloosheid of gevoelens ontbreken volledig.

Binnen de therapie wordt gebruik gemaakt van deze window of tolerance, door de cliënt steeds een beetje buiten zijn comfortzone te brengen en weer terug. Hiermee leert de cliënt zijn stress te reguleren. Dit kan enkel gebeuren wanneer de cliënt veiligheid ervaart en de therapeut als een soort hulpbrein kan fungeren. Hierdoor kan er samengewerkt worden om de stressreactie te normaliseren. Het doel wat dan wordt nagestreefd, is het breder worden van de window of tolerance.

•                 De HPA-as

HPA-As

De HPA-as staat voor de as gemaakt door de hypothalamus, hypofyse en de bijnieren. Deze as speelt een belangrijke rol bij het reageren op stress. In het schema hierboven zie je op een simpele manier wat er gebeurt. Bij een stressvolle situatie, maakt de hypothalamus CRH aan (Corticotropin-releasing hormoon). Hierdoor wordt aan het voorste deel van de hypofyse het ACTH (Adrenocorticotrope hormoon oftewel het Corticotropine) afgescheiden. Deze stof zorgt ervoor dat in de bijnieren glucocorticoïden worden aangemaakt. Cortisol is zo een glucocorticoïde. De aanmaak van dit hormoon  gaat traag, dit in tegenstelling tot de aanmaak van adrenaline, welke via het autonome zenuwstelsel wordt aangemaakt.

•                 Amygdala

De amygdala is een orgaantje, welke deel uitmaakt van het limbische systeem (het zoogdierenbrein). Dit orgaantje is betrokken bij het ervaren, verwerken en aansturen van diverse emoties. Een belangrijke daarbij is angst. We zijn bang om dood te gaan. Deze angst kan al ontstaan als we als kind tekort komen. De prikkels van tekort, komen binnen via de amygdala en deze reageert hierop door ons een angstgevoel te geven. Deze reactie stimuleert de aanmaak van adrenaline en cortisol, dit   om te kunnen reageren op dat tekort. We kunnen er echter niet van vluchten of mee vechten, dus de enige reactie die overblijft is die van bevriezen.

•                 N. vagus, de tiende hersenzenuw

Hebben we het over de n. vagus, dan hebben we het over het autonome zenuwstelsel. Hebben we het over het autonome zenuwstelsel, dan komen we bij zijn sturende elementen terecht: de orthosympaticus, die ons, simplistisch gezien, doet vechten en vluchten en de parasympaticus, die ons doet rusten en herstellen. De n. vagus behoort tot het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel. Is de n. vagus actief, dan zal die de orthosympatische activiteit remmen. Omgekeerd zal afname van de invloed van de n. vagus het mobiliserend gedrag zoals vechten en vluchten ondersteunen, dit omdat de rem op de orthosympaticus afneemt. Neemt daarentegen de activiteit van de n. vagus toe, dan wordt het sociale gedrag ondersteund.

•       Stephen Porges: polyvagale theorie

Prof. Stephen Porges kwam met het idee dat de n. vagus uit verschillende systemen is opgebouwd:

  1. Het immobiliserende systeem, welke al bij vissen aantoonbaar is.
    Dit immobiliseren wordt veroorzaakt door de ongemyeliniseerde n. vagus (dus langzaam). Dit systeem wordt actief wanneer er een grote dreiging is. We gaan immobiliseren en dissoci
    ëren. Biologisch zien we dit effect, om de overlevingskans te vergroten, daar bewegende prooien soms interessanter zijn dan dode prooien. We vallen dus flauw, houden ons voor dood en gaan zeker niet actief in contact.
  2. Zo is er ook een mobiliserend systeem, waardoor we actief iets kunnen doen. We kunnen vechten en vluchten. Hierbij is het sympathische zenuwstelsel actief. Dit systeem zit aan de linker en rechter zijde van de wervelkolom en kan zeer snel voor een verhoogde stofwisseling zorgen (logisch, want we moeten energie hebben om tot actie over te gaan). Ons waarnemingsvermogen (alertheid) en bewegingsvermogen zullen toenemen, als ook onze vechtlust of onze vluchtreactie. Je zou kunnen zeggen dat ons lichaam in opperste staat van paraatheid wordt gebracht. Dit systeem werkt echter maar kort en is daarvoor ook ingericht  
  3. Het sociale-contact-systeem is een systeem dat zorgt voor sociaal deelnemen en communicatie. Dit zien we alleen bij zoogdieren. Dit deel verloopt via de gemyeliniseerde n. vagus. Dit deel kan een zen-toestand creëren, maar kan ook een snelle reactie veroorzaken in de zin van een demping van het hartritme en een downregulatie van de stressreacties. We zien dit met name bij zoogdieren die in groepen leven.

Deze drie systemen werken volgens een strakke hiërarchie, waarbij het nieuwste systeem als eerste wordt ingezet. Om te beginnen reageren we in een stressvolle situatie via het nieuwste systeem, de gemyeliniseerde ventrale n. vagus. We maken gebruik van onze stem, gezichtsuitdrukkingen en kalmerende gedragingen om het gevaar af te wenden. Wanneer het gewenste doel niet bereikt wordt, zal de sympathicus geactiveerd worden. De reactie is er één van: ergernis, woede, angst of we bereiden ons voor om te vechten of te vluchten. Stel dat we hiermee ook niet ons doel kunnen bereiken (we kunnen niet vechten of vluchten in deze situatie), dan activeren we ons oudste systeem, we gaan over tot immobilisatie en dissociatie. We staan dan als het ware naast onszelf, zijn machteloos, star en bevriezen. Indien dit ook niet werkt, dan bevinden we ons in levensgevaar.

•       Symptomen van een niet goed functionerende n. vagus:

  • Obesitas en toename van gewicht[2].
    • Er zijn een aantal studies die een link leggen tussen een toename van de activiteit van de n. vagus en het ontstaan van obesitas. Dit lijkt logisch, daar de n. vagus de insuline secretie reguleert alsmede de glucose-homeostase. Tevens speelt de n. vagus een rol bij de behoefte aan eten. Er lopen immers ook afferente vezels van de maag naar de kernen van de n. vagus. Studies hieromtrent lopen echter nog.
  • IBS (Irritable Bowel Syndrome, prikkelbare darmsyndroom)[3]
  • Depressie
  • Angst
  • Bradycardie
    • Hierbij is er een te grote activiteit van de n. vagus
  • Moeilijk kunnen slikken
  • Een vertraagde lediging van de maag
  • Flauwvallen met een onmiddellijk herstel
  • Vit B12 deficiëntie
    • De oorzaak is, dat normaliter de n. vagus de pariëtale cellen in de maag stimuleert tot de aanmaak van maagzuur en intrinsieke factor. Deze intrinsieke factor is nodig om Vit B12 aan te maken. Bij een vagotomie vermindert de productie van die intrinsieke factor.
  • chronische ontstekingen
  • een verzwakt hoesten

 

•       Post Traumatisch Stresssyndroom (PTSD)

In het blad Psychology & Psychiatry oktober 23, 2017 schrijft dr. Katherine Morales, universiteit van Texas en Dallas: Vagus nerve stimulation therapy shows progress in battling PTSD symptoms. Hiermee laat zij zien, dat de aanpak van de n. vagus iets doet op onze verwerking van onze traumatische ervaringen. De vraag die je jezelf dan kan stellen is: hoe kunnen we die n. vagus beïnvloeden?

•       Beïnvloeding van de n. vagus

o   Neurostimulatie

Sinds een vijftal jaren bestaat er de mogelijkheid, om de n. vagus te stimuleren door middel van een elektrisch stroompje. Dit wordt reeds toegepast bij de cardiologie, waarbij het hart wordt beïnvloed en bij de psychiatrie, waarbij mensen geholpen worden met depressie (Nervus vagus stimulatie (NVS)).

o   Oxytocine

Oxytocine, wat ten onrechte ook wel knuffelhormoon wordt genoemd (het doet namelijk veel meer), is samen met Vasopressine op hersenniveau verantwoordelijk voor de aansturing van de n. vagus.

De oxytocine is o.a. verantwoordelijk voor:

  • de contractie van gladde spierweefsels als de baarmoeder
  • het reguleren van het toeschietreflex bij borstvoeding
  • het in de hersenen verbinden van sociaal contact met plezier
  • het speelt een rol bij de hechting tussen moeder en kind
  • het speelt een rol bij vriendschappen en romantische interacties
  • het speelt een rol bij intimiteit
  • het speelt een rol bij de verrichting van zorgtaken

Oxytocine vormt dus een centrale schakel in het systeem van rust en verbondenheid. Oxytocine heeft ook een angstverminderend effect. Oxytocine speelt tevens een belangrijke rol binnen hetgeen we het sociale geheugen noemen.

 

2.   Neurologie rondom hechting

 

In dit hoofdstuk beschrijf ik de neurologische en fysiologische achtergrond van de hechting, alsmede het triune systeem. {verder}

We leren ons al te hechten in de fase dat we nog geen taal spreken, en alles via het gevoel doen. Hoe is de werking van onze hersenen in die periode?

•                 Het drieledige brein, het Triune systeem

Vanaf het moment dat we in de baarmoeder zitten tot in het hier en nu, leren we. We leren het snelst door ervaringen. Deze ervaringen zijn opgebouwd uit 5 delen: het denken, de emoties, de bewegingen van ons lijf, de ervaringen in ons lijf (de sensaties) en de input van onze vijf zintuigen.

Deze ervaringen leren we echter niet allemaal op hetzelfde moment in ons leven. Ook worden die ervaringen niet allemaal verwerkt in hetzelfde deel van onze hersenen.

Grofweg kunnen we de hersenen indelen in drie lagen:

  • het reptielenbrein, welke het oudste deel van onze hersenen is. Binnen onze ervaringen vormen zich hier de bouwstenen van de lichaamssensaties, de vijf zintuigen en de bewegingen. De taal van dit deel van de hersenen is dan ook de sensomotorische verwerking. En dit alles gebeurt reflexmatig.
  • het zoogdierenbrein, oftewel het limbische systeem. Hier worden de emoties verwerkt. Je zou kunnen zeggen dat dit de zetel is van je gevoel.
  • de neocortex, oftewel het denkbrein. Hier vinden de cognitieve verwerkingen plaats. We hebben hiervoor dus de taal nodig. Hier zit de zetel van het denken. {verder}

 

•                 groei hersenenDe ontwikkeling van onze hersenen

[4]

Als er een bevruchting plaatsvindt, zal de bevruchte eicel zich na ongeveer 7 dagen innestelen in de baarmoeder. De week erop (dus het vruchtje is nog geen twee weken oud), zal er een verdikking ontstaan in het buitenste kiemblad van het embryo (het ectoderm), waaruit het centrale zenuwstelsel zich ontwikkelt.

In week 4 ontwikkelen de hersenen zich. Het embryo is nu een halve centimeter groot.

Tijdens de 9 maanden draagtijd groeien de hersenen door. Echter ze zijn nog lang niet volgroeid als we geboren worden. Dat kan ook niet, omdat anders het geboortekanaal te nauw is. De natuur heeft er dus voor gezorgd, dat we liefdevolle zorgzame ouders hebben die voor ons zorgen pal na de geboorte. De ouders zullen sensibel zijn, wat wil zeggen, ze voelen aan wat wij als kind nodig hebben: voeding, warmte, veiligheid, aanraking, gezien en gehoord worden. 

Onze hersencellen zijn nagenoeg allemaal al aanwezig, echter het leren komt tot stand door de verbindingen die er in de hersenen worden gemaakt. En juist de manier waarop onze ouders met ons omgaan, zal ertoe bijdragen dat we een beeld van de wereld krijgen. Hierop reageren we. Communiceren onze ouders op een adequate manier met ons als baby, dan zullen we ons eerder veilig gehecht voelen, dan in die gevallen waarbij de ouder niet aanwezig is. Hier wordt dus al de basis gelegd voor een veilige/onveilige hechting, ver-/wantrouwen, kortom van ons zelfbeeld als reactie op de wereld (let wel: de wereld van het pasgeboren kind is nog maar heel klein).

Deze reacties op de wereld leren ons ook hoe we zelf moeten omgaan met stress, de impulsen die we uit de wereld opvangen en de emoties die hierbij horen. Let wel, we hebben nog geen (gesproken) taal, dus alles wordt opgeslagen in de vorm van voelen en emoties.
Het limbische brein is hier van belang. Hier slaan we dus op hoe de wereld er in die jaren uitziet. Hier vormen we onze waarheid, immers we hebben het zo aangeleerd. Krijgen we geen liefde van papa/mama, dan zal de wereld koud en afstandelijk ervaren worden en zullen we het moeilijk kunnen hebben met het op latere leeftijd ervaren van die liefde.

•                 Het Triune systeem en stress

Traumatische ervaringen kunnen invloed uitoefenen op het gehele triune systeem. Een onveilige hechting is per definitie ook een traumatische ervaring en zal dus ook invloed hebben op het triune systeem.

Bij stress zal een deel van het limbische systeem meteen reageren (de amygdala). Het reptielenbrein zal meteen reflexmatig reageren en we handelen dan op basis van onze overlevingsstrategieën. En welke strategieën er gebruikt worden, is afhankelijk van onze ervaringen. Wat eenmaal werkt wordt moeilijk veranderd. (Hieruit blijkt ook weer het belang van een goede veilige opvoeding, omdat het kind dan veiligheid leert.)

Nu is overleven in een stressvolle situatie natuurlijk heel nuttig, echter het systeem overdrijft. Het blijft lang in die stressmodus zitten, terwijl de oorzaak al lang verdwenen is. Tevens is de amygdala niet precies. Bij prikkels die erop lijken, geeft dan ook een alarmreactie in het lichaam, ook al gaat het over iets geheel anders.

Ook de neocortex reageert op stress. Het nadenken wordt lastiger en het reptielenbrein en het limbische systeem nemen het als het ware meteen over. Deze overname noemen we de bottom-up kaping. Tijd is essentieel en alles moet dus snel gaan. Joseph LeDoux heeft al aangetoond, dat we dan de snelle weg nemen in onze hersenen en daar hoort het denken eventjes niet bij.

 

 

300px-Le_doux

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[5]

 

 

 



[1] Bron: Daar ga je weer: herken je stresstype. Auteur: Carien Karsten. Uitg. KOSMOS Uitgevers, Utrecht/Antwerpen

[2] Richter WO, Geiss HC, Aleksic S, Schwandt P. Cardiac autonomic nerve function and insulin sensitivity in obese subject. Int. J. Obes. relat. Metab. Disord. 1996; 20:966-969

Karason K, Molgaard H, Wikstrand J, Sjostrom L. heart rate variability in obesity and the effect of weight loss. Anm J. Cardiol. 1999; 83:1242-1247

Carnethon MR, Jacobs DR. Jr. Sidney S, Liu K. Influence of autonomic nervous system dysfunction on the development of type2 diabetes: the CARDIA study. Diabetes Care. 2003; 26:3035-3041.

[3] Spaziani R. et. al

[4] Bron: www.kijkopontwikkeling.nl

[5] Bron: www.nl.wikipedia.org