Theorie

Theoretische achtergronden: Cijfers[1]

Hoe vaak komt het voor dat een kind de hechting als niet-veilig ervaart?

De Amerikaanse psycholoog Prof. Mary Ainsworth ontwikkelde als leerling van Prof. John Bowlby   “the strange situationtest”, waarmee de hechtingstypen van kinderen bepaald konden worden. Zij kwam tot vier categorieën, die zij vermijdend (A), veilig (B), afwerend (C) en angstig gedesoriënteerd (D) noemde. Deze typologieën zijn aanpassingen van het kind aan zijn omgeving en zijn dus geen psychiatrische pathologieën zoals in DSM-V beschreven staat onder reactieve hechtingsstoornissen. Dit is dan ook geen indicatie voor Adult Attachment Therapy®

Er zijn geen onderzoekingen gedaan naar de prevalentie (het vóórkomen) van de verschillende hechtingsstijlen. IJzendoorn e.c. maakte een meta-analyse van bijna 80 onderzoeken in Noord-Amerika. Hieruit bleek dat 62% van de kinderen uit de midden-klasse-gezinnen veilig gehecht waren. Daarnaast is 15% te kenmerken als vermijdend (Ainsworth A) en 9% als afwerend (Ainsworth C) gehecht. Van de kinderen uit deze gezinnen ontwikkelt ongeveer 15% gedesorganiseerd gehechtheidsgedrag (Ainsworth D). Bij kinderen uit andere sociale milieus kan dit percentage twee tot drie keer zo hoog worden.

Grofweg kan je dus stellen, dat een kleine helft van de kinderen niet-veilig gehecht zijn.

Sta eens even stil bij de aantallen. Waar hebben we het over? En wat doen we eraan?

 

Cijfermatig gezien was de bevolking van België op 1 januari 2017 als volgt opgebouwd[2]:

Mannen en vrouwen totaal

11.322.088

Mannen en vrouwen ouder dan 65 jaar

2.095.097

Mannen en vrouwen jonger dan 18 jaar

2.294.639

Mannen en vrouwen tussen 18 en 64 jaar

6.932.352

 

Als we uitgaan van de cijfers die IJzendoorn publiceerde, zouden we grofweg kunnen stellen, dat  ongeveer 6,7 miljoen Belgen veilig gehecht zijn,  en bijgevolg ongeveer 4,5 miljoen Belgen onveilig gehecht. Hiervan zullen 1,7 miljoen een vermijdende hechting (Ainsworth A) laten zien en 1 miljoen een afwerende hechting (Ainsworth C)  laten zien.

Stel je eens voor, deze mensen worden volwassen en gaan trouwen. Ze krijgen kinderen. Wie kan en mag deze kinderen dan aanleren dat een veilige hechting mogelijk is? Genoeg stof om over na te denken en ik hoop u door middel van deze site op een spoor te brengen.



[1] IJzendoorn, M.H. van, Schuengel, C. & Bakermans – Kranenburg, M. J. (1999). Disorganized attachment in early childhood: Meta-analysis of precursors, concomitants and sequelae. Development and Psychopathology. 11, 225 – 249.